Website van de wijkvereniging Vonderkwartier Eindhoven

Vonderportret

Op deze plek maken we kennis met bijzonder gewone wijkbewoners, die we vragen naar wat zij doen in het Vonderkwartier.

Vonderportret oktober 3 oktober, 2021

Geen Vonderbewoner deze maand, maar wel iemand met -zoals ze zelf zegt- 123 opa’s en oma’s in de wijk! We ontmoeten Judith van Wijk, gelukconsulent bij Vonderhof.

Wie ben je?

Judith is 21 jaar oud en kwam op haar 18e bij Vonderhof terecht. Ze deed de opleiding “Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen” bij het Summa college in onze wijk. Ze wilde helemaal niet met ouderen werken! Ze wilde met jeugd, mensen met een verslaving of de TBS’ers aan de slag. Bij Vonderhof ontdekte ze haar liefde voor ouderen. “Al die verhalen en ervaring van de mensen waar ik als guppie naar mag luisteren en weer mag doorgeven. Met de ervaringen die ik hier opdoe, help ik bijvoorbeeld vrienden weer. Ik ben een soort wandelende website met oma-weet-raad-weetjes.”

Ze is geboren en getogen in Bergeijk en woont nu in Weert.

Judith heeft een prachtige tattoo op haar onderarm en daar hoort een mooi verhaal bij. “Toen ik 12 was en net op de middelbare school zat, werd ik heel ziek. Door een bacterie had ik heel erg buikpijn. Ik kreeg antibiotica en daardoor ging de boosdoener weg, maar de buikpijn niet. Die was psychosomatisch geworden, omdat ik zo bang was dat ik dood zou gaan door de buikpijn, kreeg ik buikpijn. Toen begon ik zelfs flauw te vallen. De artsen konden alweer niks vinden. Ik mocht niet naar school of vriendinnetjes, daar konden ze mijn veiligheid niet garanderen. Ik was 24/7 thuis ik voelde me een gekooide vogel. Ik ging naar een fijne psycholoog, die mij zei dat ik een uitlaatklep moest vinden. Die vond en vind ik in muziek. Vandaar dat ik een vogel met muzieknootjes op mijn arm heb staan.”

Judith wilde graag beroemd worden met haar muziek, maar liet zich ook inspireren door de psycholoog die haar in haar kindertijd zo belangrijk voor haar was. Zij wilde ook mensen helpen zoals de psycholoog haar hielp.

En nu, bij Vonderhof, kan ze haar muzikaliteit ook helemaal kwijt. Haar ogen gaan stralen als ze vertelt over de PG (psychogeriatrie) afdeling, waar muziek echt heel goed werkt. Als ze daar komt met haar gitaar, leven de mensen helemaal op. Ze gaat ook starten met een koor, samen met de gouden divisie van het Eindhovens Popkoor. Één van de zangeressen wilde als vrijwilliger aan de slag bij Vonderhof, eigenlijk bij het kienen, maar toen ze in gesprek raakten over hun gezamenlijke passie, besloten ze daar wat mee te doen. Een echte win-win-win situatie! Na een klein rondje, zijn er al 20 bewoners die enthousiast zijn over het popkoor, dus dat wordt alleen maar meer.

En Judith heeft nog meer grootse dromen en ideeën voor Vonderhof! Dat is voor haar een onuitputtelijke bron van energie.

Wat doe je?

Judith is gelukconsulent bij Vonderhof, een beroep waar ze helemaal haar creatieve ei in kwijt kan! Gelukconsulenten gaan op zoek naar de behoeften van de bewoners van Vonderhof. Één op één of met een hele groep. Waar de vroegere activiteitenbegeleiders activiteiten aanboden, gaan de gelukconsulenten op zoek naar de behoeften van de bewoners. Dat kan dus zomaar een ritje naar de Ikea zijn, als dat is wat iemand wil doen. Voor deze uitstapjes hebben zij een busje. “Dat is ook een mooi verhaal” zegt Judith, “die hebben we laten sponsoren door met de bewoners veertig uur te lopen.”

Achter de bus kunnen ze een keet hangen, gemaakt door de Vonderboys. Aan de keet zit een luifel en erin zit een wc. Als ze nu op pad zijn met bewoners, kunnen ze lekker in de schaduw zitten. Ook hoeven ze niet meer snel terug naar huis als er iemand moet plassen, dat kan ook in de keet. De Vonderboys is ook weer een verhaal apart. De mannelijke bewoners van het huis wilden ‘mannendingen’ doen. Van alle bewoners is 80% vrouw, dus er is best een vrouwencultuur. Zo zijn de Vonderboys gestart, die nu hun hart ophalen aan het klaarmaken van het Dafje voor op het dak van het huis.

Waar kan de buurt je van kennen?

Judith is erg actief in de wijk, omdat Vonderhof graag een plek in de wijk is waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Zo zijn buurtbewoners van alle leeftijden van harte welkom op het terras bij Vonderhof: “Helemaal leuk als ouders met kinderen ook komen, dat brengt een boel levendigheid en tovert een lach op de gezichten van onze bewoners”.

Nog een reden waarom Judith de link met onze wijk nog sterker wil maken, is de dementie-vriendelijkheid van onze wijk. “We zijn bezig met leef cirkels voor onze bewoners, zo kunnen zij door het hele huis lopen of misschien zelfs een rondje door de wijk. Dan is er een verbinding met de wijk nodig, we kunnen dan bijvoorbeeld bewegwijzering maken, zodat mensen de weg niet kwijtraken. Mensen uit de wijk met geheugenproblemen of lichte dementie kunnen dan ook op een veilige manier een wandeling maken en een keer naar Vonderhof komen. Zo wordt de drempel lager als ze uiteindelijk in het verpleeghuis moeten gaan wonen.”

In dat kader komt er op 23 oktober ook een Dafje 33 op het dak van het huis te staan! Een iconisch beeld om het oude Eindhoven in ere te houden én een herkenningspunt voor mensen om naar Vonderhof te komen. “Het geeft een gevoel van rust als je een herkenningspunt ziet, voor iedereen, maar extra voor mensen met (beginnende) dementie.” Zegt Judith.

Alle buurtbewoners zijn de 23ste vanaf 14.00 uur van harte uitgenodigd, Mark Elbers, Johan Vlemmix en Danny Kanters zullen dan ook hun nieuwe carnavalshit, over het Dafje, ten gehore brengen: een primeur, want hij komt de 11e van de 11e pas officieel uit. In de avond is er dan een lampionnen optocht door de wijk, kinderen en ouderen lopen samen door de wijk.  Doe je mee? Je kunt nu al spulletjes gaan halen om je eigen daflampion te maken! Judith: “Ouders van de kinderen, of andere wijkbewoners zijn ook zeker welkom, wij zouden het namelijk enorm waarderen als zij een bewoner die in de rolstoel zit, zouden willen duwen. Zo kunnen we met een gezellige, grote groep door de Wijk gaan. Graag even opgeven bij mij” Dat kan via j.van.wijk@vitalisgroep.nl

Vonderportret September 3 september, 2021

Na de hele wereld over gereisd te hebben, heeft Peer Klijzing zijn plekje gevonden in het Vonderkwartier. Maak kennis met deze stoere meubelmaker, die zijn droom nu waarmaakt.

Wie ben je?

Peer “officieel Peter, maar mijn vrienden noemen me Peer” is 59 jaar en woont bij Dorien (60) aan het Lodewijk Napoleonplein. Dorien woont er al 23 jaar, Peer nog maar net. Zij kennen elkaar als 36 jaar, maar verloren elkaar uit het oog omdat Peer de wereld rondreisde voor zijn werk als kleimodelleur. Toen ze elkaar via Facebook weer tegenkwamen spraken ze af dat Peer langs zou komen als hij weer een keer in Nederland was. Ze vonden elkaar vroeger al leuk, maar er ontstond geen relatie. En ja hoor, de vonk sloeg weer over.

Na zijn studie aan de voorloper van de Design Academy wist Peer dat hij met zijn handen werken wilde. Hij leerde iemand kennen die bezig was met modellen te maken voor pretparken, vooral van polyester. Hij modelleerde ook wel met klei en dat wekte te interesse van Peer. Hij ging zelf uiteindelijk kleimodelleren in autodesign. Een bedrijf in Duistland zocht een kleimodelleur en wilde het wel proberen met Peer, sindsdien is hij bijna de hele wereld over geweest met zijn talent: Australië, Zweden, Amerika, Duitsland, Spanje en nog veel meer.

Wat doet zo’n kleimodelleur? Nou, hij maakt levensgrote modellen van auto’s, die worden met de hand vormgegeven. Na het tekenen wordt het een driedimensionaal model, een lang proces, want steeds wordt er weer wat aangepast. Vaak ziet Peter een auto waar hij aan meegewerkt heeft: altijd een trots momentje!

Het reizen lijkt Peter in het bloed te zitten. Toen zijn oudtante een stamboomonderzoek deed, kon ze niet verder terug dan 150 jaar, het leidde naar Hongaarse zigeuners die niet geregistreerd waren. Toch mist hij het reizen niet, hij vind het prettig om een vaste stek te hebben. De afgelopen 30 jaar werd hij steeds voor zo’n drie maanden of een half jaar ingehuurd, dat geeft je nooit de kans om echt een eigen plek te maken. Het was enorm leerzaam en verrijkend om zoveel te reizen en werken in verschillende landen, maar hij is erg blij in het Vonderkwartier nu.

Wat doe je?

Voordat hij kleimodelleur werd, had hij een interieurbedrijf met een vriend, zijn eerste eigen bedrijfje. Al 15 jaar kriebelt het bij hem om “weer terug het hout in te gaat”. Meubels maken is zijn passie, maar telkens stelde hij het uit. Tot nu, hij werkt op dit moment aan opdrachten van een paar mensen, “met hout, ik werk het liefst met hout, ook in combinatie met staal”. Sinds kort heeft hij ook een eigen werkplaats: “ik ben nu mijn droom aan het realiseren”.

Die droom is om niet meer hoeven luisteren naar mensen die hem zeggen wat hij moet doen, maken wat hij wil en daar anderen blij mee maken. Ook als hij in opdracht werkt, denkt hij mee om zo de beste oplossing te bedenken voor de vraag van zijn klant, hij kan niet zonder die creativiteit. Of, zoals hij zelf zegt: “Zonder die creativiteit zou ik geen fijn leven hebben. Ik ben nu moe, maar straks ga ik naar mijn werkplaats en dan leef ik weer helemaal op!” Vooral de uitdaging om een kleine ruimte zo in te richten dat je er veel meer mee kan dan je vooraf dacht, is een puzzel die hij gaaf vindt.

Die droom maakt hij waar in zijn eigen bedrijf. Het draagt de naam Bonk en Blaauw, een verwijzing met een knipoog naar het leven van Peer. Hij heeft zich vaak bont en blauw gevoeld als hij steeds weer opnieuw moest beginnen op een plek waar niemand hem kende. Op een positieve manier, zegt hij, het zegt iets over zijn leven en de positieve instelling waardoor hij altijd zijn weg weer vindt. Het is ook een verwijzing naar de materialen waar hij mee werkt: bonk staat voor hout en blaauw staat voor staal. De twee a’s in de naam laten iets zien van de ouderwetse ambachtelijkheid die hij zo waardeert in zijn werk, ambachtelijk en degelijk.

Hij heeft nog zoveel plannen, hij zegt altijd: “Ik wordt 500 jaar, ik heb nog zoveel te doen”.

Waar kan de buurt je van kennen?

Misschien ken je Peer en Dorien uit het Vonderke en voordat Peer de wereld over ging, werkte hij bij café Wilhelmina, zijn oom was de eigenaar van het café. Het blijkt dat er best veel oude klanten van hem hier in het Vonderkwartier wonen.

Hij hoopt natuurlijk van harte dat heel Vonderkwartier hem straks kent van zijn meubels, dus volg hem via instagram @bonkenblaauw, wordt hij blij van! Heb je een vraag? Je bent welkom om aan te bellen: Lodewijk Napoleonplein 38.

 

Vonderportret Juli 4 juli, 2021

Deze maand stellen we je voor aan een heel bijzonder gezin, of eigenlijk een gezinshuis, gerund door een heerlijk stel: Ton en Marie-José. Al jaren bieden zij een warm nest, hier in het Vonderkwartier, voor kinderen die niet thuis kunnen wonen.

Wie ben je?

Aan de Sophia van Wurtemberglaan wonen Ton van Opstal (68) en Marie-José Versteegh (56) samen met Xiang (14), Didi (Chelsea, maar ze wil graag Didi genoemd worden) (13), Dayan (11) en Gitana (8).

Marie-José is opgegroeid in Geldermalsen en kwam naar Eindhoven om HBO-J te studeren. Ton is een geboren Amsterdammer (en volgens Marie-José zo eigenwijs als een Amsterdammer), hij kwam naar Eindhoven om de lerarenopleiding techniek te doen. Ze woonden allebei op verschillende plekken in Eindhoven, totdat zij elkaar ontmoetten in het centraal wonen project in de Achtse Barier. Het is een woonvorm waar iedereen een eigen plekje heeft en ook een aantal dingen deelt, zoals een gezamenlijke keuken, huiskamer en tuin. Er waren daar 10 huizen en Ton en Marie-José woonden in verschillende huizen, maar gingen wel samen muziek maken. Marie-José op saxofoon en Ton op klarinet. Tijdens het oefenen sloeg de vonk over! Dat is 34 jaar geleden, waarvan ze inmiddels 18 jaar getrouwd zijn.

Het huwelijksaanzoek, dat is nog een leuk verhaal. Ton kwam binnen met een grote bos bloemen vroeg Marie-José, waarop zij hun kinderen (toen 6, 8 en 10 jaar oud) vroeg: “Wat doen we, gaan we met hem trouwen?”. Ze hebben met zijn vieren volmondig “Ja!” gezegd! De drie kinderen uit Tons eerste huwelijk en de drie kinderen die zij samen hebben, zijn inmiddels volwassen en het huis uit. Toch zijn de kinderen nog steeds betrokken bij de vier kinderen die bij Ton en Marie-José wonen, ze zijn hun broertjes en zusjes!

In 2003 startten zij met hun gezinshuis aan de Sophia van Wurtemberglaan 59. Marie-José is in dienst van de Combinatie Jeugdzorg, Ton is vrijwilliger. Zij hebben zo inmiddels een fijn thuis geboden aan dertien kinderen. Marie-José: “De ouders van deze kinderen kunnen door omstandigheden niet voor ze zorgen, maar we vinden het erg belangrijk dat de kinderen contact houden met hun ouders. De kinderen zijn loyaal naar ons én naar hun ouders. Dus als wij het contact met de ouders goed hebben, is dat beter voor de kinderen.”

Het gezinshuis is een echt een bedrijf, met personeel zoals pedagogisch medewerkster Inge.

Wat doe je?

Ton is een gepensioneerde leraar elektrotechniek, maar helemaal afscheid nemen kan hij niet. Hij komt nog regelmatig op school om te helpen bij de examinering.

Marie-José werkte lang op een woongroep voor kinderen met een verstandelijke beperking en gedragsproblemen. Daar waren zo veel regels, wat echt heftig was voor die kinderen. “Ik denk dat je niet goed kunt opgroeien als je niet kunt zijn wie je bent. Die ruimte miste ik in de woongroep.” Marie-José nam regelmatig een kind mee naar huis, dat kon toen nog. Met één van die kinderen zijn zij hun gezinshuis begonnen. Ze wilden de kinderen een thuis te geven waar ze tevreden konden opgroeien. Zoals zij zelf zeggen: “de kracht van het normale leven”. In het normale leven van een gezin leren de kinderen ook van elkaar, ze spreken elkaar ook aan op gedrag wat niet ok is.

Tijdens de lockdown en de sluiting van de scholen was het wel even pittig. Alle vier de kinderen zitten op verschillende scholen met hun eigen afspraken en richtlijnen. Het was veel werk, maar ook heel gezellig. De kinderen zijn er allemaal beter van geworden, het samen aan school werken en de extra aandacht!

Eens in de vier weken zijn alle kinderen een weekendje weg, naar hun ouders of een andere plek. Dan kan de radar even uit bij Ton en Marie-José. Want ja, die radar staat wel altijd aan in een huis vol kinderen.

De radar kon bij Ton ook even uit toen hij in 2011 naar Santiago liep. In 100 dagen ging hij van hun voordeur naar Santiago, waar hij op zijn verjaardag aankwam en meteen met de bus terug naar huis ging. Op de vraag waarom hij de tocht maakte, antwoordt hij dat sommige mensen pas weten waarom als ze gelopen hebben. Ook hij, een onderwijsbaan en gezinshuis was heel veel, daar wilde hij blijkbaar even van weg. Ton: “De route is zó mooi! De natuur, de rotsen, de oceaan, lopen tussen de landerijen. Het was rustig en in het begin eenzaam, maar op een gegeven moment ben je gewoon vrij; een aanrader”.

Waar kan de buurt je van kennen?

“Wij zijn dat grote huis op de hoek met al die kinderen, daar kennen ze ons van”, zeggen ze beide lachend.

Je ziet ze regelmatig lopen in de wijk. Marie-José heeft long-covid overgehouden aan haar corona besmetting, daarom zit zij nu af en toe in een rolstoel. Ze moet ook lopen, haar conditie weer opbouwen. Dat lukt inmiddels van bankje naar bankje. Elke dag is ze te vinden in het park, waar ze geniet van de hele vogelcrèche, zoals ze het zo mooi zegt. Ze heeft de ijsvogel zelfs al twee keer gezien; hij was druk en was aan het vissen. Ze heeft ook alle kleintjes groot zien worden: de Canadese ganzen, Nijlganzen, meerkoeten, waterhoentjes, fuuten, aalscholvers en de reiger. Ja, het park is haar favoriete stukje Vonderkwartier! 

 

Vonderportret juni 2021 6 juni, 2021

Bijna iedereen in onze wijk kent ze, maar wat is hun verhaal? Dit Vonderportret gaat over Yipu, Liying en Wang Peng, beter bekend als Snackbar Johnnie aan de Hagenkampweg Noord.

Wie ben je?

“Ik ben Wang, 26 jaar oud. Ik woon hier met mijn moeder Liying van 52 en mijn vader Yipu van 48. We wonen en werken inmiddels 7 jaar in deze fijne buurt.”

Wang is geboren in Eindhoven en getogen in Den Haag. Zijn ouders kwamen 27 jaar geleden naar Nederland en ze ontmoetten elkaar in Assen. Ze kwamen vanuit China, allebei uit de provincie Zhejiang; Yipu uit de stad Wenzhou, Liying uit een dorpje daar vlakbij. Beiden besloten zij naar Nederland te gaan vanwege de situatie in hun thuisland; veel armoede en een regime dat heftig was. Hun stad en dorp liepen leeg, veel mensen zochten in die tijd hun heil over de grens. Yipu had al familie in Nederland dat maakte het gemakkelijker, maar Liying was de enige uit haar familie die de overtocht maakte. Gelukkig gaat het nu beter in hun thuisland en gaat het goed met de familieleden die daar nog wonen en eens in de 3 of 4 jaar gaat het gezin op bezoek naar China.

Wang had in zijn jeugd niet echt iets met China, tot hij op zijn tiende voor het eerst ging. Hij werd verliefd op het land. Vandaar ook de keuze voor zijn studie: China Studies, het vroegere Sinologie. Hij bestudeerde alle facetten van het land, zoals de taal en de cultuur.

Wat doe je?

Naast zijn werk bij zijn ouders in de snackbar is Wang medewerker bij een horecagroothandel. Zij hebben een afdeling specifiek voor Chinese cafetariahouders waar Wang werkt. De appel valt dus niet ver van de boom! Zijn kennis van de Chinese taal en de Chinese cultuur komen hier erg goed van pas.

Het vooroordeel dat Chinezen hard werken gaat ook op voor de familie Peng. Om 10 uur start de dag met voorbereidingen in de snackbar, voor de coronapandemie sloten ze pas tegen tienen, waarna het poetsen begint. Yipu werkt al sinds zijn aankomst in Nederland in de horeca, bijna altijd achter de wok. Er was dus geen twijfel mogelijk dat hij in hun eigen snackbar ook Chinese gerechten ging verkopen. Nederlands Chinees, welteverstaan, want dat is anders dan de oorspronkelijke Chinese gerechten. Verschillen zijn bijvoorbeeld dat er meer gember, meer sojasaus en meer knoflook gebruikt wordt. De sauzen zijn minder gebonden, er worden andere groenten gebruikt en (geloof het of niet) er wordt minder gefrituurd, alles komt uit de wok of stoompan. Liying verbouwt bijvoorbeeld haar eigen paksoi in haar tuintje.

Wat is dat toch met Chinezen en snackbars? Wang legt uit dat het de droom van elke Chinees is om eigen baas te zijn. Hoewel de cultuur heel erg draait om de gemeenschap, doen zij ook graag dingen op hun eigen manier en dan is een eigen zaak een uitkomst! Omdat de Nederlandse taal een uitdaging is voor veel Chinezen is een snackbar ook ideaal, met weinig kennis van de taal kun je op deze plek toch verbinding maken met mensen uit de buurt.

Het mooie van de Chinese gemeenschap is dat ze elkaar altijd helpen met praktische zaken en tips. In de kennissenkring van de familie zitten veel Eindhovense cafetariahouders, dat is handig, want je kunt elkaar helpen. Allemaal serveren ze verse frietjes, niks in de vriezer, alles zelf gesneden. Als het dan onverwacht heel druk is, kom je wel eens tekort. Dan is een telefoontje genoeg om snel aardappelen op te halen bij één van de vrienden. Kennissen die al 20 jaar een cafetaria hebben, hebben de familie Peng veel geholpen met alles wat er komt kijken bij het runnen van een friettent. Wang vind het fijn dat de familie Peng nu zelf de mentor is van iemand die net een snackbar overgenomen heeft. Helpen is belangrijk in Chinese cultuur, je wilt meer geven dan nemen. 

Waar kan de buurt je van kennen?

“We zijn best bekend in de buurt met onze snackbar. Het is fijn om te ervaren dat bewoners echt betrokken bij ons zijn. Dat merkten we vooral tijdens de eerste coronagolf. We waren toen erg bezorgd, omdat we al vanaf december het nieuws in China volgden en zagen van het virus daar deed, we besloten onze snackbar uit voorzorg te sluiten. Buurtbewoners klopten op het raam omdat ze bezorgd waren, sommigen kwamen zelfs bloemen brengen!” Later zijn ze bestellingen aan de deur gaan opnemen. Dat was geen makkelijk besluit, want eigenlijk wilden ze hun klanten niet in de kou of regen laten staan. Toch wogen de voorzorgsmaatregelen tegen de verspreiding van het virus zwaarder. Dagelijks stonden en staan zij in contact met familieleden in China, vanuit hier proberen ze te helpen, door bijvoorbeeld kennissen in te schakelen die een extra oogje in het zeil houden bij de oudere familieleden.

Hoe komt de snackbar eigenlijk aan zijn naam? Waar de naam “Johnnie” vandaan komt, weet Wang niet precies. De vorige eigenaar was een kennis van de familie. De uitbater daarvoor heette Johnnie, maar is ook niet de naamgever van de snackbar. Het meeste weet Wang van verhalen van buurtbewoners, mensen die hier 40 jaar geleden ook al friet kwamen halen. En heel vroeger was het een slager, weet hij.

Wang en zijn ouders vinden dat ze het erg getroffen hebben met de buurt, ze zijn erg goed ontvangen hier. Ze genieten van alle buurtbewoners die ze inmiddels zo goed kennen. Ze zien de buurtkinderen opgroeien en ze zien de hondenbezitters dagelijks voorbijkomen met hun huisdier. De familie voelt zich erg betrokken bij de wijk en de bewoners. De deur staat altijd open voor iedereen, dus ben je nog steeds nieuwsgierig naar de familie na het lezen van dit portret? Ga gauw een praatje maken aan de Hagenkampweg Noord!

 

 

 

Vonderportret Mei 2021 2 mei, 2021

In dit voorjaars-vonderportret stellen we je voor aan het bloemenmeisje uit de buurt: Lieve van Dijk. Ze doet haar naam eer aan!

Wie ben je?

Lieve (37 jaar) woont met haar man Leon en haar kinderen, Ceel van 7 en Lasse van 4 aan de Frederika van Pruisenweg. Ze wonen nu 8 jaar in Vonderkwartier. Ze is een geboren en getogen Eindhovense. En zoals gezegd een echt bloemenmeisje! Wat begon met het plukken van bloemen in sloten op haar weg terug van haar werk, leidde uiteindelijk tot het leiden van een fantastische pluktuin bij de Genneper Hoeve. 

Die stap was spannend! Maar Lieve’s motto werd, naar de uitspraak van Pipi Langkous, ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’. Later werd haar motto ‘Leef Lief Bloei’, die ze ook gebruikt bij haar Pluktuin activiteiten.

Wat doe je?

Ik werk al tien jaar bij een opticien in Veldhoven, toch ligt hier mijn hart niet. Dus toen ik een paar jaar geleden een oproepje op Facebook zag “groene vingers gezocht”, twijfelde ik niet. Ik had totaal geen groene vingers, maar wilde het super graag doen. Even later stopte de verantwoordelijke van de pluktuin, ik vreesde dat dat het einde was van mijn vrijwilligerswerk, maar ik heb de pluktuin nu overgenomen. Het is echt mijn droom, ik wilde eigenlijk verhuizen naar een boerderijtje en daar dan een pluktuin beginnen, maar nu is het er gewoon al!

Ik had altijd al iets met de Genneper Hoeve, we kwamen er al vaak en we zijn er ook getrouwd. Ik wilde mijn huwelijk anders dan anders, zoals ik de meeste dingen wil. Dus, ik stuurde een mail naar de Genneper Hoeve met de vraag of we daar een ceremonie mochten houden en dat mocht! Mijn lieve tante heeft ons ceremonieel verbonden, mijn broer heeft gezongen en ook andere gasten deden een mooie bijdrage. Het was een prachtig, persoonlijk feest. 

Bij Pluktuin Bloemekus organiseert Lieve ook plukdagen. Mensen mogen dan zelf hun bloemen plukken en ontdekken ook dat ze zelf boeketten kunnen maken. Het is zo gaaf om te zien dat mensen er zo van opbloeien wanneer ze met hun zelf geplukte boeket naar huis gaan.

We werken met een mooie groep vrijwilligers, het is een fijne plek voor mensen om op adem te komen, mensen vinden er een soort heling, het is bijna therapeutisch. Ik vind het echt heel fijn om die plek te kunnen bieden. Tijdens het wroeten in de aarde ontstaan de mooiste gesprekken. 

Samen leren we over het zaaien en laten groeien van de bloemen. Als we het niet weten, Googlen we het gewoon. We zijn nu aan het zaaien, dat is een spannende tijd want: zaadjes kunnen opkomen en gaan bloeien, maar het kan ook niets doen. Daar heb ik mezelf toestemming voor moeten geven, dat het ook mag mislukken.

Het is echt een kick om een zaadje uit te zien groeien tot een bloem. Het eerste zaadje wat uitkomt, maakt me meteen super blij! Je bloeit tegelijk met de bloem op. Ook de vrijwilligers gaan het eerste kijken bij de zaadjes die zij gezaaid hebben. Ik geef veel tijd en energie aan de pluktuin, maar het geeft me zo’n goed gevoel dat het de tijd dubbel en dwars waard is.

Waar kan de buurt je van kennen?

Ik ben een verlegen meisje wat nog uit haar schulp moet komen. Mensen kennen mij van mijn kinderen, als ik met ze naar de speeltuin in de Prinsenhof ga. Ook kennen sommige mensen mij van het bankje met de bloemen eromheen.

Het bankje voor mijn huis is ook mijn favoriete plek in de buurt om te zitten, helemaal leuk als iemand dan een praatje komt maken. Spontane gesprekjes geven je meteen een goed gevoel! Ik heb laatst via Nextdoor zaadjes aangeboden. Super leuk als mensen dat pakken en laten zien dat ze het waarderen. Dat delen met elkaar vind ik sowieso heel leuk, de Vonderbieb is ook zo’n mooi initiatief. In Denemarken waar ik graag op vakantie kom, zie je dat veel meer. Delen is echt vermenigvuldigen!

 

Vonderportret april 2021 6 april, 2021

De Portobello is een herkenningspunt in onze wijk, het abstracte beeld op de Frederika van Pruisenweg. Het Vonderportret van april neemt je mee naar de maker van dit beeld. Geen wijkbewoner deze keer, maar wel een oude bekende!

Wie ben je?

Mijn naam is Teo Baehler, samen met Els woon ik inmiddels aan de Dommelhoefstraat. Ik verblijf sinds 1984 in Nederland, in Eindhoven. Van origine ben ik Zwitser. Zwitserland heeft vier taalgebieden, ik kom uit Ascona een dorp gelegen in het Italiaans sprekende Cantone Ticino aan de  zuidzijde van de Alpen. Ik ben bi-cultureel opgevoed, mijn ouders komen uit Duits-Zwitserland met als basis de Germaanse cultuur: streng, met een groot verantwoordelijkheidsgevoel en hard werken. Opgroeien deden wij dus in het Latijns georiënteerd Ticino, waar de cultuur los en ontspannen is, laten we zeggen op zijn Italiaans. Een groot deel van mijn leven heb ik met die dualiteit gestoeid. In de laatste jaren heb ik gemerkt dat die dualiteit met ook helpt, het leidt tot totaal verschillende kunstzinnige werken. Ik maak beelden met diverse materialen en vormen en tevens stop motion filmpjes, die dualiteit is nu mijn kracht, zie www.teobaehler.com.

Ik woonde een tijd aan de Gagelstraat en Els, mijn partner, aan de Anna van Engelandstraat. Jarenlang liep ik dagelijks dwars door het Vonderkwartier. Ik vind het een plezierige wijk met prettige bebouwing, niet te hoog en opdringerig. Een van de bijzondere plekken is het park aan de Frederika van Pruisenweg. Het heeft een unieke vorm, je zou denken dat er vroeger een gracht gelegen heeft, door het lange en smalle profiel. Die vorm heft voordelen en nadelen op ruimtelijk gebied. Voordeel is dat het een groene oase is tussen de bebouwing waar je kunt verpozen. Groene ruimtes daar doe je en laat je wat je wilt. Het is wel allemaal heel overzichtelijk en daardoor wat eentonig en voorspelbaar, dat vind ik een nadeel.

Wat doe je?

Ik ben architect. In Eindhoven hebben we niet veel gebouwd, woningen in Tongelre langs het spoor, in Woensel Noord een bedrijf, een kantoor op het Stork terrein en nog wat verbouwingen. Daarnaast ben ik beeldend kunstenaar. Ik ben bezig met een project waarbij ik beelden in klei maak, daarvan laat ik een contramal maken waarin ik het beeld giet. Het materiaal van die beelden zie je niet meer, want ik doe er een ‘zondagsjasje’ overheen. Eén van de beelden heeft een kinderjasje: het lijkt op de confettidip die je op een softijsje kunt krijgen.

Ik experimenteer veel met werken in epoxy, een hars waaraan je verschillende materialen kan toevoegen. Ik wil abstracte beelden maken waarin mensen ook wel iets uit hun dagelijks leven kunnen herkennen. Bij een volledig abstract beeld lopen mensen langs, ze kijken en het bevalt of het bevalt niet. Ik wil dat mensen er iets in herkennen, maar niet direct, het is namelijk deels geabstraheerd. Ik hoop dat mensen door goed te kijken en de herkenning meer in gesprek raken met elkaar, praten over wat het zou kunnen zijn en op die manier ook over hun dagelijks leven.

Waar kan de buurt je van kennen?

Ik ben de maker van het kunstwerk op de Frederika van Pruisenweg. Mijn partner Els kreeg op een gegeven moment een briefje in de bus; een werkgroep wilde aan de slag met kunst in de wijk. Ze vroeg me of dat niet wat voor mij was en ik besloot een idee in te dienen. De eerste prijs ging naar iemand die een voorstel met een stoeptegel had ingediend. Dit project zorgde voor een maatschappelijke dynamiek, het werd samen met kinderen uitgevoerd, een terechte winnaar!

Even later kregen we bericht dat mijn indiening ook in de smaak gevallen was. Ze wilden een tweede werk, zo kwam ik in contact met Freek van de wijkvereniging. Het was geen betaalde opdracht, het kostte eigenlijk alleen maar geld, maar ik wilde het heel graag doen. Ik vond dat er in de groene oase iets mocht gebeuren, iets onverwachts en opvallends op die lange saaie strook. Daar komt ook de naam Portobello vandaan; een portobello is een grote paddenstoel, je loopt er niet zomaar langs. In het gebied waar ik vandaan kom, tussen de uitvloeiers van de zuidelijke Alpen op de overgang tussen bergen naar heuvels, worden jaarlijks paddenstoelen geraapt in september en oktober. Dat deed ik dus als kind. Daar is het inmiddels een traditie, vroeger was het noodzaak omdat het een arm gebied was.

Tijdens de onthulling van Portobello schrok ik nogal van het effect wat het beeld op kinderen had: ze renden eropaf, klommen erop en speelden ermee. Ik was me er niet van bewust dat het zo’n uitnodigend vorm was om op te zitten en te klimmen, maar dit heeft er wel voor gezorgd dat het beeld omarmd is door de buurt. Ik vind het dan ook prettig dat het beeld niet elitair is en door de buurtbewoners “gebruikt” word.

Vonderportret maart 2021 1 maart, 2021

Het Vonderportret van deze maand wordt geschreven vanuit een bijzondere plek in de wijk: de synagoge aan de Hendrik Casimirstraat. We stellen deze maand rabbijn Simcha Steinberg en zijn vrouw Rina aan je voor.

Wie ben je?

Simcha (32) en Rina (30) wonen met hun 4 kinderen Musia (7), Chana (5), Batya (3) en Menachem (2) sinds 2017 in het Vonderkwartier. De joodse gemeenschap, gevestigd in onze wijk, was 4 jaar geleden op zoek naar een rabbijn. Dat werd Simcha Steinberg, de eerste Eindhovense rabbijn na de Tweede Wereldoorlog.

Simcha is geboren in Israël. Hij studeerde in Praag en in New York, hij was vrijwilliger op een joodse school in Thailand en voor hij naar Nederland kwam, was hij Rabbijn in Kiev. In New York trouwde bij met Rina, die half Amerikaans en half Nederlands is en opgroeide in Utrecht.

Wat doe je?

Simcha is rabbijn, hij leidt de diensten in de synagoge, maar, zo zegt hij: “Het is veel meer pastoraal werk, op zondag deden mijn vrouw en ik huisbezoeken. Nu kan dat niet, vanwege corona, maar we bieden een luisterend oor, ook aan niet joodse mensen”. De gebeden tijdens de dienst zijn in het Hebreeuws, maar de rest van de dienst is in het Nederlands. De dienst word steeds afgesloten met een speciaal gebed voor koning Willem Alexander, om hem te helpen zijn volk goed te leiden.

Simcha en zijn vrouw hebben contact met ongeveer 200 gemeenteleden en het aantal leden groeit gestaag. De nieuwe aanwas komt vanuit het buitenland, expats die voor onder andere Philips en ASML werken en in Eindhoven komen wonen, weten hun weg te vinden naar de joodse gemeenschap.

Een bijzonder weetje: er is pas 250 jaar een joodse gemeente in Eindhoven. Daarvoor kregen joden geen toestemming om zich in Eindhoven te vestigen, tenzij zij een borg van fl, 300,- betaalden; en dat konden de meesten niet betalen. De synagoge aan de Hendrik Casimirstraat werd in 1958 ingericht, voor die tijd stond er een prachtige synagoge aan de Kerkstraat. Deze synagoge werd gesloopt, voor een verbreding van de Kerkstraat (die er overigens nooit kwam). Trots laten Simcha en Rina de ramen, Thora rollen en andere prachtige rekwisieten zien uit de oude synagoge.

Waar kan de buurt je van kennen?

Rina: “We hadden graag rondleidingen voor buurtbewoners georganiseerd in de synagoge, dan zouden mensen ons daarvan kennen. Toen begon de pandemie en konden wij onze plannen niet uitvoeren, maar die rondleidingen komen nog!”

Het echtpaar is dol op de wijk: “Vonderkwartier is een prettige wijk om te wonen, er wonen veel kinderen en het is er rustig. Lekker dicht bij het centrum, maar je voelt de stad niet. We kwamen hier wonen omdat de synagoge hier is, maar we zouden het zeker ook zelf kiezen, we hebben erg fijne buren.” Ze zijn tot hun spijt niet vaak bij activiteiten in de wijk te vinden, die vaak  op zaterdag, de sabbat, zijn. “Ook het walking dinner van de buurtvereniging is lastig voor ons. We zouden graag mensen uitnodigen om te eten alleen kunnen we zelf niet bij anderen eten. Wij eten koosjer en in Nederland zijn koosjere producten lastig te krijgen. Wij verkopen ze zelf, tegen kostprijs. We kopen het in Antwerpen, daar zijn we sowieso elke dag, want onze kinderen zitten daar op school.”

Veel jongere mensen in de wijk weten niet dat hier een synagoge zit. Voordat rabbijn Simcha en zijn vrouw zich hier vestigden, was er ook nauwelijks iets te doen. Met de komst van het gezin is er nu eens in de maand een sabbat dienst, worden de grote feestdagen er gezamenlijk gevierd en kunnen mensen hun weg naar de synagoge vinden voor pastorale begeleiding. Zowel Simcha als Rina geven er lessen, ze doen trouwens sowieso het meeste samen. Rina helpt Simcha met het vertalen van de diensten, die hij schrijft in het Hebreeuws. Na de lockdown wordt het allemaal weer opgestart, ze kunnen niet wachten!

De volgende keer dat je langs de synagoge komt, weet dat je welkom bent bij dit warme paar. Zoals boven de voordeur in het Hebreeuws staat: “Ik blij als ik hoor dat je naar het huis van God komt”.